Lesbo dokter pjes mobiel

lesbo dokter pjes mobiel

Lessen van de doctor Sex docenten even aftrek lessen Ik wil dat mijn vrouw een jongere minnaar neemt Eerst de moeder, dan de dochter Neuken met een echt hete moeder Deauxma de MILF met een jongere kerel Moeder dochter lessen Keisha Grey geeft ons een les over goede sex Jessica Jaymes geeft Tia Cyrus een aantal lessen Sletterige moeder verleidt jongere man Moeder geeft dochten BBC Moeder verleid door een vriendin van haar dochter Moeder geeft Meisje les 2 Stoute lessen van Isabella Moeder en dochter delen lul Volwassenen doet jongere man Harde sex voor mollige Duitse moeder Het punt waarop de lezer zekerheid heeft over de afloop van het verhaal heet de climax.

Dat kan al voor het einde van het verhaal gebeuren, maar wel altijd in de buurt van het eind. Geef tenminste drie van de belangrijkste motieven uit het verhaal. Een motief is een steeds terugkerend verhaalgegeven. Een motief kan bijvoorbeeld een gevoel zijn angst, onzekerheid, blijdschap  enz. Een motief kan ook een voorwerp zijn of een gebeurtenis. In elk boek zijn dus zeer vele motieven, want er zijn zeer veel dingen die herhaald worden. Zo is zelfs het woordje "DE" een veel gebruikt motief.

Maar het is ook volstrekt onbelangrijk. Het gaat erom de motieven te vinden die voor het verhaal het belangrijkste zijn. Vaak is een motief een gevoel bijv. Probeer een motief te vinden dat werkelijk voor dat boek gekozen kan worden en niet op bijna ieder boek van toepassing is. Leg uit welke betekenis ze hebben of welke rol ze spelen in het verhaal.

Hier moet je uitleggen waarom de motieven van jouw keuze de beste keuze zijn, als je het verhaal in gedachten neemt. Waarom zijn ze belangrijker dan de andere motieven in het verhaal?

Citeer van elk motief drie belangrijke passages waarin het motief voorkomt. Bij ieder motief moet je dus drie citaten voluit noteren en bij elk citaat de juiste bladzijde vermelden van het gelezen boek. Wat is het thema van het boek? Beginsituatie, climax en motieven kunnen in hun samenhang  helpen bij het bepalen van het thema. Leg je keuze uit. Het thema is het centrale probleem van het verhaal. Het gaat altijd om iets algemeens, nooit om een detail.

Het thema beantwoordt drie dingen:. Het gaat er niet om dat je vertelt waar het boek over gaat, maar waar het óm gaat. Het thema is altijd een kort zinnetje. Welk vertelperspectief wordt in het verhaal overwegend gebruikt? Licht je antwoord toe. Verhalen worden verteld, al dringt het soms niet helemaal tot de lezer door dat er een verteller is. In ieder geval kijk je door de ogen van die verteller naar de gebeurtenissen in het verhaal.

Het verhaal wordt verteld vanuit een bepaald perspectief. Je kunt verschil maken tussen drie soorten perspectief: Personaal perspectief Hierbij zien we de gebeurtenissen voortdurend door de ogen van één personage. We kunnen niets méér weten dan het personage zelf.

We kruipen als het ware in de huid van het personage. Daarom lijkt het net alsof er geen verteller is, alsof het verhaal zichzelf vertelt. Het verhaal staat in de zij- of hijvorm. Een hulpmiddel om na te gaan of je met zo'n vertelsituatie te maken hebt, is de zij- of hijvorm vervangen door de ikvorm.

Als dat moeiteloos lukt, is het verhaal personaal verteld. Op het schoolplein probeerde ze zijn blik te vangen, maar dat was nu niet meer zo eenvoudig.

Sveinau en hij brachten hun pauzes nu in het winkelcentrum door. Cindy kreeg het gevoel dat Helge haar probeerde te ontwijken. Toen pas drong het tot haar door hoe vereenzaamd ze was. Opeens was het niet leuk meer om alleen met het huiswerk op de trap te zitten, terwijl de anderen in groepjes rondliepen. Het leek wel alsof ze onzichtbaar was geworden.

Omdat Helge niet meer naar haar keek. Ze begreep er niets meer van. Je leert de persoon met wie je meekijkt heel goed kennen; van de andere verhaalpersonages kom je veel minder te weten. Auctoriaal perspectief In deze situatie is de verteller iemand die alles weet van alle personen.

Hij weet wat zij zien, horen, denken, voelen en dromen. Hij staat als het ware boven het verhaal en overziet alles. Hij kan in de toekomst en in het verleden kijken. De verteller is een soort gids die jou als lezer bij de hand neemt en soms ook commentaar levert op de gebeurtenissen.

De alwetende verteller is geen verhaalpersonage: Het lijkt soms of de schrijver aan het woord is. Mensenlevens kunnen vreemd verstrengeld raken. Omstreeks dezelfde tijd dat Hasse Simonsdochter op de Veluwe deel ging uitmaken van een vendel huurlingen, reisden twee  tot priester gewijde dominicaanse monniken over de Alpen, en liep in het Brabantse een zestienjarige jongen  in een kille motregen op de stad 's - Hertogenbosch toe.

Thea Beckman, Hasse Simonsdochter. Ik-vertelsituatie In zo'n situatie vertelt de ik-persoon - meestal de hoofdpersoon, maar niet altijd - wat er gebeurt.

Je ziet alles door zijn ogen. Als lezer kun je ook niet meer zien dan de "ik". Je komt zijn gedachten en gevoelens te weten, niet die van de andere personen. De ik-vertelsituatie kun je nog verder onderverdelen. Er kan sprake zijn van een c1 vertellend-ik of een c2 belevend-ik Bij een vertellend-ik hoeft de ik niet noodzakelijk een rol te spelen in het gebeuren. Hij kan een ooggetuige zijn en achteraf verslag uitbrengen aan de  lezers. Hij kent dan de afloop en kan dus vooruitlopen op de latere gebeurtenissen.

Van onze eerste ontmoeting is het vooral haar blik die ik me herinner. Die ergerlijke blik die pas zoveel later zijn ware betekenis heeft gekregen. Ik kón die blik toen eenvoudigweg niet op de juiste manier duiden. Nieuwsgierig keek ze, verlegen en tegelijk beschermend, alsof ze me kende, alsof ze iets in me opmerkte dat ik zelf was  vergeten.

Jessica Durlacher, De dochter. Sam reikt me langzaam het briefje met haar nummer aan, alsof het hem zwaar valt. Ik neem het van hem aan. Het is keurig opgevouwen tot een klein pakketje. Bij het  stoplicht waar ik nutteloos op groen licht wacht, pak ik mijn mobiele telefoon. Mijn bevende, grote vingers toetsen het nummer dat ik al uit mijn hoofd ken. Vraag 9 Schrijf een zo volledig mogelijke karakterschets van de belangrijkste verhaalfiguren.

Een paar losse woordjes is dus niet voldoende. Bij een karakterschets gaat het er vooral om dat je aangeeft hoe iemand denkt, hoe zijn gevoelsleven is, hoe hij zich gedraagt ten opzichte van anderen. Het gaat dus niet vooral om iemands uiterlijk. Personages kunnen allerlei eigenschappen bezitten.

Je moet wel iemands uiterlijk kunnen beschrijven, maar het gaat vooral om zijn innerlijk. Hieronder volgt een lijst met eigenschappen karaktertrekken, gedragskenmerken, gemoedstoestanden die je als begin kunt nemen bij het beschrijven van verhaalfiguren. Noem nooit alleen maar een paar woordjes, maar leg ze ook steeds uit. Geef een beschrijving van wat je verwachtte toen je het boek besloot te gaan lezen en geef aan hoe je daarover denkt nu je het boek hebt geanalyseerd.

Besteed ook aandacht aan de betekenis van de boektitel en het motto van het boek als dat er is. De bedoeling is om een recensie van het gelezen boek toe te voegen. Neem een recensie uit een serieus medium.

Om je boeken beter te begrijpen, mag je in je map kritieken, artikelen en andere achtergrondinformatie opnemen. Omdat het examen literatuur pas in het eindexamenjaar plaatsvindt en je een aantal boeken dan al een tijd geleden gelezen hebt, is het toevoegen van wat extra informatie per boek zeer aan te bevelen!

Rond het jaar Het boek is geschreven voor het jaar van uitgave, Het begint op dag 1 en eindigt op dag De flashbacks zijn ook chronologisch. Het weer; Het weer speelt voor Maarten een belangrijke rol in zijn leven. Zo beschrijft hij vaak niet alleen welke dag het is, maar ook welk weer erbij hoorde.

Het was een grijze zaterdag toen zijn moeder doodging. Dit is een parallelwerking. Zijn amandelen werden gepeld op een zonnige dag. Dit is een contrastwerking. Pleinen; Maarten heeft al van kinds af aan pleinvrees. Hij is bang voor open ruimtes. Zijn amandelen moeten gepeld worden en daarbij moet hij een plein oversteken.

De kerktoren werpt een schaduw over het plein en in zijn verbeelding is er bij de overgang van de schaduw een streep van vuur waar hij heel bang voor is. Hij vindt Londen een fijne stad, omdat daar de pleinen op tuinen lijken. Zo is hij minder bang. Maarten groeit geïsoleerd op, zoekt zijn toevlucht in de natuur en zou ook zo graag van iemand willen houden. Maar dat lukt niet en daarom sluit hij zich af van de wereld om zich heen. Het boek heeft geen genummerde hoofdstukken.

De hoofdstukken hebben alleen een titel. De begintoestand is dat Maarten de dwanggedachte krijgt dat hij nog maar 14 dagen te leven heeft. Bij de climax realiseert hij zich dat hij altijd eenzaam zal blijven en hij legt zich er daar ook bij neer. Het eerste motief is de liefde voor zijn moeder. Hijzelf kan niemand vinden die hem liefheeft. De enige die van hem houdt is zijn moeder en vice versa. Ik kijk naar haar gezicht dat in de spiegel zo heel anders is. Ze heeft een klein, regelmatig gezicht met donkere ogen die altijd wat droevig en berustend kijken ook als ze in de spiegel naar me glimlacht.

En nu begint het. Ze haalt de spelden uit haar haar en het golft plotseling omlaag tot ver over haar rug, het is net als het vlammen van zo-even maar dan omgekeerd. Het is glanzend zwart en zwaar haar en ze schudt het hoofd waardoor het zich ruimer verdeelt langs haar lichaam.

Wat is ze nu jong in de spiegel, wat is ze nu mooi! Ze staart een ogenblik, naar haar eigen beeld. Ze loopt door de kamer waarbij het haar beweegt over haar rug, meegolft met een eigen, weerbarstig ritme.

Op de schoorsteenmantel ligt de Bijbel, een groot oud boek, en op de Bijbel liggen haar kam en borstel. Ze haalt altijd eerst de kam uit de borstel en ik begrijp maar steeds niet waarom ze niet eerst kam en borstel oppakt. Ze haalt langzaam de borstel door het glanzende haar.

Daarbij spreidt ze het wijd uit. Ze houdt haar hoofd schuin zodat het haar va haar hoofd afbeweegt. Haar bewegingen zijn heel traag. Tijdens het borstelen en ook tijdens het kammen daarna zit ik stil op mijn stoel. Niet mag me ontgaan van dit wonder. Het haar had een wonderlijke geur, we stonden dicht tegen elkaar aangedrukt, ze streelde over mijn haar. Het tweede motief zijn de dwanggedachten. De gedachte dat hij nog maar 14 dagen te leven heeft, blijft steeds terugkeren in het boek. Dertien dagen waren te kort voor die ziekte.

Het derde motief is de afkeer van god. Maarten groeit op in een streng gelovig gezien waar god centraal staat en ze elke zondag naar de kerk gaan.

Zelf wijst hij het geloof al vrij snel af, maar toch is het een erg belangrijk onderwerp in zijn leven. Hun harde verweerde koppen zijn afgedekt met een zwart zijden pet. Voor deze mensen is het calvinisme uitgedacht, deze mannen met dunne lippen, met varkensoogjes en vlekkerig rode wangen, met gezichten als het mijne en juist dat maakt het zo erg.

Zo is god, de god van de Heidelbergse Catechismus, de god die mensen zo intens haat dat hij keelkanker voor ze heeft uitgevonden.

Het gehele boek wordt geschreven vanuit het standpunt van Maarten. Hierdoor krijg je een heel goed idee van hoe Maarten denkt, maar aan de andere kant weet je niet hoe de andere personages denken.

Hij is een gesloten persoon, niet echt knap, heeft vele     angsten bv. Hij is wel heel slim. Ze is rustig, onderdanig aan haar man en zacht. Maarten is helemaal verliefd op haar, maar zij ziet hem absoluut niet zitten.

Ze is zelfverzekerd en spontaan. Zij neemt Maarten ook onder haar hoede wanneer ze samen bij een conferentie in Bern zijn. Eerlijk gezegd verwachtte ik dat het een heel saai boek zou zijn en dat bleek uiteindelijk ook zo te zijn. In het begin was er geen doorkomen en zelfs toen ik er een beetje in begon te komen was het een verschrikkelijk saai boek.

Het grootste probleem was eigenlijk dat er niets gebeurde. Zelfs de dingen die voor een spannend effect hadden kunnen zorgen zoals op het laatst waar hij uitglijd in de bergen en een heel stuk naar beneden valt waren zo langdradig en niet vlot geschreven dat het echt een ramp was om te lezen. Nu ik het boek geanalyseerd heb, ben ik alleen maar tot de conclusie gekomen dat Maarten een zielige bedoening is. Ik snap ook waarom hij niemand kan vinden. De titel van het boek slaat op de vlucht regenwulpen die hij zag op de sterfdag van zijn moeder.

De Bezige Bij 2. Er worden geen duidelijke jaartallen of data genoemd maar het is wel duidelijk dat het zich afspeelt in het begin van de 21ste eeuw. De vertelde tijd is een paar maanden. Het verhaal begint met Philip zijn stage in De Helmer en daarna speelt het verhaal zich een paar weken af in Bretagne, waar de groep op vakantie gaat.

Het verhaal is chronologisch verteld. Het begint bij zijn stage en gaat zo door tot de vakantie en wat er gebeurt als hij weer terug is. Alleen in het proloog krijg je een stuk te lezen die pas halverwege in het boek naar voren komt, maar voor de rest is het wel chronologisch. Als Philip terugdenkt aan zijn jeugd dan zijn dat in de vorm van flashbacks maar ook die zijn chronologisch. Bretagne; Bijna het gehele boek speelt zich af in Bretagne, waar Philip met het opvanghuis op vakantie gaat.

Philip ging in zijn jeugd naar Bretagne voor vakantie en had daar een erg fijne tijd. Op deze vakantie gaat er iemand dood waardoor het niet echt een fijne ervaring is. Philip was al vaker in Bretagne geweest voor vakantie, maar nu is hij er voor werk.

Het verboden pad; dit pad leidt van de camping naar een van de stranden. Toch ziet dat pad er beter uit dan het andere pad dat naar het strand leidt. Philip gaat met Juliette vuurwerk kijken en daarbij gaan ze een stukje het verboden pad op.

Er staat heel groot danger en je denkt dan ook dat het heel gevaarlijk is, maar als ze eenmaal op het pad zijn ziet het er heel onschuldig uit en er gebeuren ook geen ongelukken.

Philip groeit op in een veilige omgeving, maar wil in zijn werk iets betekenen voor jongeren die dit niet hebben.

Uiteindelijk lukt dit, maar alleen nadat er een van de jongeren is overleden en ze daardoor steun nodig hebben. Het boek bestaat uit 53 hoofdstukken. Verder bevat het boek een proloog en epiloog. De beginsituatie is dat Philip stage gaat lopen bij een opvang. Hij is nog erg onzeker over zijn kunnen. Tijdens de reis naar Bretagne wordt zijn kunnen hevig op de proef gesteld, vooral na dood van een van de kinderen moet hij de leider taak op zich nemen, omdat de rest van de begeleiding dat niet doet.

De climax wordt bereikt wanneer Philip stopt bij het opvanghuis na de fatale vakantie en bij een ander opvanghuis voor jongere kinderen gaat werken. Hij is er nu zeker van dat dit zijn droomberoep is en dat hij iets voor die kinderen kan betekenen.

Het eerste motief is de machteloosheid over hoe mensen over hem denken. Zijn vader is heel rijk en daarom vinden veel mensen hem een rijkeluiskindje. Philip wil op zijn eigen voeten staan en laten zien dat hij dat niet is. De keuze tussen natte voeten en de onberekenbare hoon van Harley was in het voordeel van de eerste mogelijkheid uitgevallen.

Het tweede motief is het verboden pad. Bij de camping waar ze verblijven is er een pad die je niet mag inslaan door het instortingsgevaar. Dit pad komt vaak terug in het boek. Paradoxaal genoeg maakte van de twee paden dat wat verboden was de onschuldigste indruk, zoals het licht glooiend over de rotsen voerde naar de uiterste punt van de baai, een affstand van enkele kilometers.

Je kunt zo teruglopen. Het derde motief is drank. Tijdens de vakantie in Bretagne worden vele liters wijn en bier gedronken, ook door de kinderen. Je zult nooit iets bereiken in het leven als je niet omarmt wie je bent. Philip is alsmaar bezig om mensen te bewijzen dat hij het in zijn eentje redt en niet afhankelijk is van zijn vader.

Hij schaamt zich eigenlijk ook voor zijn afkomst. Daardoor kan hij niet zichzelf zijn en twijfelt hij ook erg over wat hij nou moet gaan doen met zijn leven. Hij belemmert zichzelf dus heel erg.

Het gehele boek wordt geschreven vanuit het standpunt van Philip. Hierdoor krijg je een heel goed idee van hoe hij denkt en wat zijn gevoelens zijn, maar aan de andere kant weet je niet hoe de andere personages denken.

Hij denkt veel na over hoe de samenleving in elkaar steekt en is ook een beetje verscheurd tussen de wereld waarin hij is opgegroeid rijk en waar hij zich nu in bevindt arm. Hij wil iets voor de wereld betekenen. Daarom gaat hij in een opvanghuis voor moeilijk opvoedbare kinderen werken. Hij hoopt zo een zinvolle invulling te kunnen geven aan het leven van iemand die het moeilijk heeft.

In het begin denk je dat hij vooral vrolijk en aardig is en het beste met de kinderen voor heeft, maar naarmate het boek vordert blijkt hij ook cynisch, misgunnend en een dronkenlap te zijn. Hij heeft niet een heel makkelijke jeugd gehad en heeft daardoor een haat ontwikkelt voor mensen zoals die Philip die wel een goede jeugd hebben gehad.

Hij is vooral heel rustig en heeft al heel veel ervaring met het omgaan met probleemkinderen. Hij heeft een bepaald charisma waardoor de kinderen hem vertrouwen en naar hem luisteren. Hij heeft een speciale band met het gestorven meisje en is daardoor ook heel erg verdrietig en kan zijn leider rol na haar dood niet meer goed vervullen. Het viel erg tegen met de spanning en er werd echt te lang doorgegaan over de saaie dagelijkse dingen die de kinderen op de vakantie doen.

Bij het analyseren van het boek ben ik er wel achter gekomen dat het boek een paar verborgen symbolen bevat, zoals het verboden pad. Dit vond ik wel interessant om te ontdekken.

De titel van het boek slaat op het verboden pad bij hun camping in Bretagne. Het pad leidt naar een strand maar wegens instortingsgevaar mag niemand eroverheen.

Voor Tatjana, Allard en Zelda. Overgeleverd aan de huftertjes Kees van Beijnums tijdsdocument stelt niemand gerust Vrijdag 5 november door Elsbeth Etty Een paar jaar geleden waren er weer van die bloedstollende berichtjes in de dagbladen, terughoudend gebracht om niemand meer te kwetsen dan nodig was, maar indringend genoeg om er een wereld van onoverkomelijk leed achter te vermoeden.

Het betrof een leerling van het Amsterdamse Barlaeus gymnasium die tijdens een begeleide survivaltocht in Frankrijk overleed na een ongelukkige sprong. Als krantenlezer sta je stil bij de gevolgen van zo'n ongeluk, je probeert je te verplaatsen in de ouders van het kind en de begeleiders. Je breekt je het hoofd over de schuldvraag en de uitwerking van een dergelijke schok op de overige deelnemers aan de reis, zonder echt te kunnen doordringen in het drama.

Voor dat laatste is een kunstenaar nodig met de gave zich in te leven in de betrokkenen en hun verhaal. De Bezige Bij, blz. Al zijn vorige boeken, vanaf de docu-roman Over het IJ waarmee hij in debuteerde, zijn geënt op de meestal Amsterdamse realiteit, handelen over de glibberige grens tussen mededogen en medeplichtigheid en het tergende onvermogen iets wezenlijks voor een ander te kunnen betekenen.

Niet zelden speelt het gymnasium een meer of minder prominente rol in zijn werk. Vaak zijn Van Beijnums hoofdpersonen adolescenten die tussen twee milieus zweven: In Het verboden pad de titel kan ontleend zijn aan de stomme film The Forbidden Path uit is de in de ik-vorm vertellende hoofdpersoon Philip Soek een zoekende rijkeluiszoon van 26 die na zijn studie politicologie tot het inzicht komt dat hij zich in dienst van andere mensen wil stellen.

Hij wil helpen en redden wat er te redden valt. Ook nadat hij het marxisme heeft afgezworen voelt hij dat de zelfzuchtige wereld van zijn vader, een charmante en erudiete vastgoedhandelaar, de zijne niet is.

Hij kiest voor de jeugdhulp. Hij begeleidt uit huis geplaatste kinderen van junks, hoeren, pooiers en moordenaars die geen enkel perspectief lijken te hebben. Kinderen zonder wortels die vijandig staan tegenover hun hulpverleners van wie ze tegelijkertijd volkomen afhankelijk zijn.

Bekakt Philip, met zijn bekakte voorkomen, zijn keurige manieren en chique kleren, gaat stage lopen in Amsterdam Oud-West, in opvanghuis De Helmer, op een steenworp afstand van het geboortehuis van Willem Frederik Hermans. Zijn pupillen zijn kinderen van 14 tot 18 jaar die niets met hem gemeen hebben en alles in het werk stellen hem zo snel mogelijk weg te pesten. Of hij het daar levend van af zal brengen is gezien de gewelddadige onberekenbaarheid van de aan zijn zorg toevertrouwde huftertjes maar de vraag.

Een vraag die vooral prangend wordt als hij ingaat op het verzoek van zijn door de wol geverfde collega's Harvey en Walter om hen te vergezellen tijdens een vakantie op de Bretonse camping L'espérance de hoop voor de complete groep van acht kinderen. De associatie met het krantenberichtje over de verongelukte Barlaeus-leerling zit al in de eerste alinea van de proloog. Wie was zij, wat was haar echte naam? Wat betekenden wij voor haar, en vooral, wat was de werkelijke oorzaak van haar val?

Hij treedt hiermee in het voetspoor van Donna Tartt, die in De verborgen geschiedenis hetzelfde procédé volgde. Eerst de fatale afloop, dan de ontrafeling. We weten dus dat de vakantie zal uitlopen op een drama dat het leven van alle betrokkenen ingrijpend zal veranderen, maar over het hoe en waarom worden we pas honderden pagina's verder ingelicht.

Des te knapper dat Van Beijnum de spanning tot het einde weet vast te houden en zelfs op te voeren. Waarin Van Beijnum echter tekort schiet, ook in vergelijking met zijn vorige boeken, is zijn schrijfstijl.

Het zijn niet de gedetailleerde beschrijvingen die storen — die blijken uiteindelijk functioneel te zijn — maar zijn gekunstelde, mislukte pogingen tot archaïsch taalgebruik, de onhandige zinsconstructies en belabberde dialogen. De vertellende Philip bedient zich van een semi-deftig taaltje. Van Beijnum heeft kennelijk het idee dat dit wordt gesproken in kringen van steenrijke zakenlui waar zijn hoofdpersoon uit voortkomt, maar weet dit milieu niet trefzeker neer te zetten.

Dat leidt tot onmogelijke zinnen: Betrokken Het neemt allemaal niet weg dat Het verboden pad een spannende, rauwe en vooral diep betrokken roman is over realistische eigentijdse problemen. De uit huis geplaatste pubers, vier meisjes en vier jongens, worden zowel met mededogen als met afschuw beschreven.

Het is de compassie die uiteindelijk wint. Uit de dossiers waaruit Philip hun achtergronden oprakelt én uit hun gedrag komt naar voren dat ze in deze maatschappij kansloos zijn. Het ongeluk met het meisje Djeu, een onzekere Rwandese asielzoekster zonder familie in Nederland, biedt ons een inkijkje in de normen en waarden van de hulpverleners, uiteindelijk ook maar gewone menselijke wezens met hun relatieproblemen, competentiestrijdjes, machtswellust en egocentrisme.

Als het erop aankomt elkaar en de groep geschokte kinderen te steunen, vluchten ze in onderlinge verwijten en het afschuiven van verantwoordelijkheid. En Philip, de buitenstaander, die zichzelf en zijn zogenaamd voortreffelijke milieu tot norm had verheven en vanuit die positie dacht de mensheid te kunnen helpen, komt erachter dat zijn familiegeschiedenis niet zoveel verschilt van die van de meeste van zijn beschadigde pupillen.

Het verschil tussen hem en de ontwortelde kinderen is educatie en geld, maar vooral het vermogen anderen te vertrouwen. Dat is een vorm van beschaving die voor velen eenvoudig niet is weggelegd, een onbereikbare luxe. Van Beijnum probeert ons in zijn iets te expliciet vertelde verhaal niettemin duidelijk te maken dat vertrouwen het panacee is. Het idealistische moralisme van zijn hoofdpersoon maakt Het verboden pad tot een ontroerend, zij het weinig geruststellend, tijdsdocument.

DDe historie van coninck Karel ende van Elegast, schrijver is onbekend maar de kans is groot dat het een monnik was Jaar van uitgave: Het boek speelt zich af rond na Chr. Het tijdsbestek is ongeveer 24 uur. Dit omdat het verhaal begint bij Karel die in de nacht door een engel wordt wakker gemaakt. Het grootste deel van zijn avontuur speelt zich in die nacht af. Als de dag aanbreekt, rekenen Karel en Elegast af met Eggeric. Bij het vallen van de avond wordt Eggeric verslagen.

Het tijdsbestek is dus ongeveer 24 uur. Ja, het verhaal wordt chronologisch verteld. Het kasteel van Karel; hier woont hij en vind overdag het gevecht plaats tussen Eggeric en Elegast. De koning wil met Elegast zijn eigen kasteel bestelen. Dit is een contrastwerking Bv. Eggeric en Elegast strijden op het terrein van de koning voor hun gelijk. Karel ontmoet Elegast in het donkere griezelige bos en in eerste instantie is hij ook bang voor Elegast die hij niet herkent. Elegast is verbannen uit zijn kasteel en moet daarom in het bos leven.

Het bos is dus zijn thuis. Het kasteel van Eggeric staat voor het slechte en de nacht in het donker ook. Dit is een parallelwerking 4. Karel moet uit stelen van god. Hij komt in het woud Elegast tegen en komt via hem erachter dat Eggeric hem wil verraden. Eggeric wordt in de val gelokt en gedood. Elegast wordt beloond voor zijn trouw. Oorspronkelijk heeft het geen hoofdstukken, maar in de hertaalde versie zijn dit de hoofdstukken: Bevel en gehoorzaamheid De ontmoeting De diefstal Het verraad De beschuldiging De tweekamp als godsgericht b.

Het verhaal kent meerdere spannende momenten zoals het gevecht met Elegast in het bos en wanneer Elegast zich in de slaapkamer van Eggeric verstopt en te horen krijgt dat hij de koning wil vermoorden.

Toch wordt de climax pas bereikt op het einde wanneer Elegast en Eggeric vechten voor hun gelijk. Het eerste motief is het geloof. Karel is strenggelovig en uit het verhaal komt ook naar boven dat hij zonder god dood zou zijn.

Ook vlak voor het duel krijg je duidelijk te zien dat god voor de goederiken staat. Elegast bid wel tot god, Eggeric niet. God draagt mij op u dit te bevelen. Geen slot of deur hield hem tegen: Hij kon gaan waar hij wou. Niemand zag hem, want iedereen in het kasteel lag in diepe slaap. Daar zorgde God voor omdat Hij de koning uit genegenheid tot hulp wilde zijn. Hij sloeg een kruis, want hij dacht dat de zwarte verschijning de duivel was. Hij riep de hulp van God in en dacht bij zichzelf: Ik zal me hier doorheen slaan, hoewel ik zeker weet dat het de duivel is en niemand anders.

Als hij iets met God te maken had, zou hij niet zo zwart zijn. Alles wat ik van hem zie, is zwart. Ik ben bang dat ik mijn ongeluk tegemoet ga; ik bid God mij tegen hem in bescherming te nemen. Hij knielde in het gras en bad: Ik erken mijn schuld ten volle.

Genadige God, straf mij vandaag niet voor mijn zonden. Bij de vijf heilige wonden die U toegebracht werden om het kwaad dat wij bedreven, sta mij nu bij zodat ik niet sterf in de strijd. Als mijn zonden zich niet tegen me keren, denk ik hier wel levend vandaan te komen. Volmaakte God, ik bid dat U in Uw goedheid mij gelukkig maakt. Maria, lieve maagd, ik zal U met oprechte trouw dienen.

Als ik in leven blijf, zal ik nooit meer dief of rover worden. Het tweede motief is eer. Karel, Elegast en Eggeric zijn alle drie van adel en dit komt duidelijk naar boven in het verhaal.

Elegast verloor zijn eer jaren geleden maar krijgt die aan het einde weer terug, terwijl Eggeric de zijne juist verliest. Toen hij het gebroken zwaard op de grond zag liggen, dacht hij: Maar ik wil u niet op deze manier verslaan.

Ik wil eer aan u behalen, ook al zou dat slecht voor mij kunnen aflopen. Stijg weer te paard, laat ons als ridders vechten. Ook al zou het mijn dood zijn, ik heb liever dat men mij roemt om mijn ridderlijkheid dan dat ik u versla in een ongelijke strijd. Het derde motief is trouw.

Ook al is Elegast zijn landerijen en bezit kwijt door de koning, hij blijft hem toch trouw. Hij wordt meerdere keren door Karel op de proef gesteld, maar hij blijft hem trouw. Aan de andere kant is Eggeric Karel ontrouw en dit komt hem dan ook duur te staan. Niemand krijgt me zo ver dat ik de koning schade berokken. Ook al heeft hij mij op grond van valse adviezen mijn land afgenomen en mij verbannen, ik zal altijd trachten een trouwe vriend voor te hem zijn. Hem benadeel ik deze nacht niet, want hij is mijn wettig vorst.

Als ik hem niet eerbiedig, zou ik me schamen voor God. Zoiets kan men mij toch echt niet voorstellen. Hij noemde haar de namen van de anderen die de koning wilden vermoorden. Wie zou zich daar druk over maken? U zou gauw genoeg over uw verdriet heen zijn. Maar er was ook nog iets anders: Bij God, ik zal mijn plan uitvoeren voor ik van het kasteel vertrek. Wat er ook met mij zal gebeuren, ik zal mijn woede koelen op degenen die de dood van de koning hebben gezworen.

God en de koning trouw zijn leidt tot succes b. Elke keer als iemand in het verhaal tot God bad, zorgde Hij ervoor dat alles goed kwam voor de bidder. Hij brengt alles tot een goed einde. Doordat Elegast de hele tijd openlijk uitkomt voor zijn loyaliteit aan de koning wordt hij uiteindelijk beloond.

Auctoriaal perspectief Noodzakelijk in de Middeleeuwen, aangezien de verhalen door troubadours werden verteld b. Je weet heel veel dingen al van te voren. Je weet wat de hoofdpersonen denken en voelen. Het verhaal wordt steeds verteld met hij… 9. Koning Karel is de hoofdpersoon van het verhaal. Karel is de koning van een groot rijk en geliefde bij het volk.

Hij is een dappere man die erg om zijn eer en aanzien denkt. Hij wil door iedereen gerespecteerd en gewaardeerd worden. Elegast was vroeger een ridder in dienst van koning Karel. Maar hij is verbannen en al zijn bezit is afgenomen, doordat hij verkeerd adviseerde. Hij moet stelen om te overleven. Elegast is een dapper, sympathiek en edel man. Hij steelt alleen van de rijke mensen.

De armen laat hij met rust. Hij blijft Karel altijd trouw. Eggeric staat symbool voor al het slechte in dit verhaal. Hij is niet gelovig, oneervol en slecht voor vrouwen. Hij is getrouwd met de zus van Karel. Hij wil de koning vermoorden, maar gelukkig wordt zijn plan gehoord door Elegast, en uiteindelijk verhinderd. Het speelt zich af in de Middeleeuwen in de burcht van Karel de Grote in Ingelheim Ze ontdekken dat Eggerik van plan is Karel uit de weg te ruimen. Daarbij speelt Karels zus nog een sluwe rol 'Vrouwenlist is menigvoud, zijn zij jong of zijn zij oud'.

Het verhaal eindigt met een tweegevecht tussen Elegast en Eggerik op de hofdag van Karel. Elegast krijgt volledig eerherstel, Eggerik wordt opgehangen. Karel en Elegast is het eerste deeltje in een nieuwe reeks bij Amsterdam University Press, die onder redactie staat van Frits van Oostrom en Hubert Slings. De reeks heet Tekst in Context en gaat historische tekstuitgaven bevatten in een eigentijds jasje. De boekjes zijn in eerste instantie bestemd voor de hoogste klassen van vwo en havo, maar mikken door de kleurrijke opzet en vormgeving duidelijk ook op een breder publiek.

Door de aantrekkelijke presentatie zijn ze bij uitstek geschikt om de wereld van de oude Nederlandse literatuur te ontsluiten. Hubert Slings verzorgde de samenstelling van Karel en Elegast ¿ 17, De tekst wordt in twee kolommen gepresenteerd: Tussen de bedrijven door worden tal van uitstapjes gemaakt om de tekst te verduidelijken en in een historisch-sociologische context te plaatsen. Zo wordt uitgebreide informatie opgedist over Karel de Grote als literair personage de verhalen rond zijn persoon worden doorgaans aangeduid als 'Karelepiek' en de literaire cultuur in de Middeleeuwen.

Voor gebruik in het onderwijs zijn achterin vragen en opdrachten opgenomen. Voor docenten is er een speciale handleiding. In november verschijnen de volgende deeltjes in de reeks: Reinaert de Vos en Jacob van Maerlant. Ton Duinhoven is dé expert voor 'Karel ende Elegast' T. De ene dag worden er 'Een nagelaten bekentenis' van Emants, en de verzamelde gedichten van Paul van Ostaijen in opgenomen, de andere dag zijn het 'Beatrijs' en 'Marieken van Nieumeghen'. Allemaal Nederlandse klassieken, zeker, maar veel beleid lijkt er achter deze keuzes niet te zitten.

Met huiver wacht ik de aangekondigde vertaling af van het prachtige toneelstuk 'Jeptha' van Vondel door de ronkende prulpoëet Michael Zeeman, de Jan Vos van deze tijd. Maar goed, intussen is er in de serie wel een mooie editie plus vertaling bij gekomen van 'Karel ende Elegast', een ridderverhaal dat rond werd geschreven en met recht klassiek mag heten. Karel Eykman had aanvankelijk enige moeite met de dichterlijke onhandigheden in het origineel, maar hij oordeelde naderhand heel anders: Je gaat het haast jammer vinden dat er niet meer zo geschreven wordt.

Waarschijnlijk is hij op de hele wereld degene die het meest van dit verhaal afweet. Hij schreef de inleiding en het commentaar, die beide informatief zijn en uitblinken in helderheid. Narcissus, Maarten Schinkel Jaar van uitgave: Het verhaal speelt zich in de 21e eeuw af. Verder is Cho overleden in Het experiment met de pil duurt al 6 jaar dus is het Dit weet je doordat Daphne, zijn vriendin, op maandag vertrekt op zakenreis en ze een week zou wegblijven.

Soms zitten er herinneringen aan het verleden in, maar dit zijn geen flashbacks, want je begeeft je niet echt in die tijd. De kroeg behoort een plek te zijn waar je je op je gemak voelt en het gezellig kunt hebben. Dit is ook voor Stresemann het geval. Een huis behoort warm te zijn en je een goed gevoel te geven, maar wanneer Laurens hem hier erop wijst dat Stresemann aan het doordraaien is, komt het in Stresemann op om hem te vermoorden.

Als hij hiernaartoe gaat valt het hem op dat het een ontzettend mooie dag is. Toch is de gebeurtenis zelf helemaal niet mooi. David Stresemann krijgt bij zijn nieuwe werkplek een pil aangeboden die hem bovennatuurlijk slim maakt. Dit medicijn heeft als bijeffect hallucinaties en daardoor balanceert hij tussen genialiteit en gekte. Op het eind kan hij waanbeelden niet meer onderscheiden van de realiteit en draait hij door.

Het boek heeft 21 hoofdstukken. Het verhaal begint met David Stresemann die een rustig leventje leidt. Hij heeft een vriendin, een goede baan en zijn beste vriend Laurens. Op een gegeven moment krijgt hij een pil van zijn werkgever die hem extreem slim zou moeten maken. Dat gebeurt ook maar het medicijn zorgt voor hallucinaties en zo kan hij geen onderscheid meer maken tussen echt en nep. De climax wordt bereikt wanneer hij op het einde uitgelegd krijgt dat hij deel uitmaakt van een experiment waarin DNA-materiaal van een geniale Koreaanse vrouw zijn brein beïnvloedde en hij daardoor suïcidaal raakt en zichzelf wil neerschieten.

Als de klassen in een samenleving dicht bij elkaar liggen, kijken ze er wel voor uit om met elkaars kenmerken te flirten. Maar hoe wijder de kloof, hoe veiliger het is. Maar dat is uiteindelijk min of meer hetzelfde. Laurens rechtte zijn rug en trok het gezicht dat voorafging aan een grote wereldbeschouwing. Je werd geboren in een klasse en bleef daar ook, ongeacht je talent of je geestelijk vermogens.

Vader directeur, jij directeur. Daar komt de sociaaldemocratie met de emancipatie van de arbeider, die na de oorlog pas goed op gang kwam. Elk kind dat de vermogens had mocht gaan studeren, ongeacht zijn of haar afkomst.

Wat dnek je dat dit doet met een maatschappij? Stresemann deed natuurlijk mee. Het is nogal een verandering, van een samenleving die gerangschikt is op afkomst, naar een die wordt ingedeeld naar talent en intelligentie. Want dat proces is natuurlijk een keer ten einde. Maar over het geheel genomen is het wel zo. De meeste bouwvakkers, trambestuurders en lopendebandwerkers van nu konden niet zo goed leren en zijn terechtgekomen waar ze horen.

En de meeste bestuurders, managers. Beleidsmakers en noem maar po, zijn mensen die daar ook de capaciteiten voor hebben. Hij doorgrondde nog steeds niet welk punt Laurens zo nodig moest maken. Het was precies waar Stresemann dit weekend in bed over had nagedacht. Maar nu een waarin de klassen veel meer dan vroeger zijn gebaseerd op capaciteiten. En één waaruit geen ontsnappen meer mogelijk is.

De neiging van de grote massa om via een afsnijroute in één keer de maatschappelijke top te bereiken, omdat het via de normale weg niet meer kan? De felbegeerde afsnijroute onder ieders handbereik! Voor zichzelf, of voor zijn kinderen. Mensen zouden er een fortuin voor overhebben, extra hypotheken afsluiten om te ontsnappen uit de val van de onderklasse.

De uitvinder van een medicijn dat werkt, zou een onmetelijk vermogen verdienen. Als iedereen even slim is? Als ik het spul zou uitvinden, zou ik het exclusief houden, en peperduur.

Langzaam brengen, eerst de happy few, en dan degenen die er het meest voor overhebben. Mijn god, David, stel je toch voor dat je het zou verkopen voor twee ton per pil. In het boek worden er veel vergelijkingen gegeven tussen de mens en de dier.

Vaak in superieure zin van de mens. Laurens keek hem glimlachend aan. Kijk maar eens in het park, als een keffertje tekeergaat tegen een dobbermann, die dan verschrikt terugdeinst. Geen idee hebben ze. Net mannen, die kunnen zichzelf op een wonderlijke manier onderschatten of overschatten. Vrouwen hebben dat niet. Die weten vaak veel beter wie ze zijn. Je kon een speld horen vallen in de dealingroom toen de deur openging en Hilferding met energieke tred binnenkwam. Kort daarvoor,  bij de luide aankondiging van Henry dat de grote man eraan kwam,  was de groep van twintig verzamelde handelaren op slag veranderd.

De schoolklas in een tussenuur,  met leerlingen die half op de tafels zaten,  rondhingen rond de koffie-  automaat en elkaar pesterig in de maling namen,  had in een oogwenk plaatsgemaakt voor een gedisciplineerde groep. Als het militairen waren geweest,  hadden ze stram in de houding gestaan.

Ook Stresemann voelde die neiging, de dwang op te gaan in de groep. Maar Henry trok hem mee naar voren,  tot hij naast de tafel stond waar Hilferding via een stoel behendig op was gesprongen.

De grote man nam het woord. Hilferding was groot,  massief. Zijn machtige kop leek uit steen gehouwen. Zijn we een team vanavond? De groep knikte geïntimideerd. Hilferding trok een ontevreden gezicht en verhief zijn stem. De stilte woog nu zwaar de ruimte,  alleen het geruis van de koeling van de tientallen computers klonk.

Wildebeesten floreren in een kudde. Ganzen vliegen in formatie een continent over. Mieren en termieten bouwen hele steden,  terwijl ze er zelf geen flauw benul van hebben. Hilferding nam een slok water uit een glas dat Henry hem aanreikte. De groep was in de war en nam het zekere voor het onzekere door te zwijgen.

Hilferding liet zijn ogen van links naar rechts over de gezichten glijden. De vis, de rund, de leeuw, de mier. Met slechts één uitzondering. Er is op de godganse wereld maar één het massaal dit de een dommer worden in een groep. En dat zijn wij. De grootste verworvenheden in onze historie,  de geniaalste ideeën en uitvindingen zijn bedacht door individuen.

Alleen,  op zichzelf teruggeworpen,  in schitterende af afzondering. Natuurlijk,  ik deed het dan wel,  maar alle anderen daden het óók. En ik zat er dan wel naast, maar ik maakte mijn fouten wel in commissie. Ja,'  zei ik, 'anders had ik er waarschijnlijk de vraag niet over kunnen stellen. Maar heeft een chimpansee bewustzijn? Minder dan ik,  maar waarschijnlijk wel een beetje. Of,  als je andersom denkt, van worm naar mens: Ergens in de ontwikkeling naar steeds hoogstaander diersoorten moet het bewustzijn zijn intrede hebben gedaan.

Van de simpele levensvormen van honderden miljoen jaren geleden,  tot de ingewikkelde wezens die wij mensen nu zijn. Het bewustzijn moet er langzamerhand in zijn geslopen.

Stresemann is niet de enige narcist, dat is de gehele samenleving. Laurens boog zich naar Stresemann toe. Omdat de normale weg omhoog in de maatschappij aan het verdwijnen is, moeten ze nu in één keer de sprong maken. Ze vluchten in fantasie en grootheidswaan, omdat er niets anders meer is. Er zat wel wat in. Zie mij, hoor mij, merk mij. Al dat narcisme had zijn wortels in een groeiende uitzichtloosheid. Ze vouwde haar handen achter haar hoofd. Zo voel ik het. Cho legde haar hand op zijn wang.

Samen, en toch alleen. Vorige maand had Stresemann in de krant nog een verhandeling gelezen van een socioloog die lamenteerde dat de moderne mens alle verbanden ontvielen.

Het dorp, de familie, zelfs de werkkring erodeerde doordat iedereen zich te pas en te onpas thuis terugtrok met de laptop en internetverbinding. Als de uitvinding van een vaccin tegen aids eenmaal een feit was, dan zou zelfs de vaste relatie er definitief aan geloven.

Risicoloze promiscuïteit zou net als in de jaren zeventig herleven. Allemaal eenzaam, gefragmenteerd, op zichzelf teruggeworpen en schreeuwend om aandacht op het web. Lees mij, mail mij, sms mij, twitter mij. De mensheid als een verzameling van narcisten, die alleen nog acteerden voor een anoniem publiek.

Zoals de hoofdrolspeelster uit een oude Britse comedy over de modewereld eens verzuchtte toen haar moeder stierf: Je leert Stresemann heel goed kennen, maar het verhaal staat wel in de hij-vorm. Aan de andere kant word in hfst. Dit zijn tussenhoofdstukken waarin Cho herinneringen ophaalt van haar en haar moeder en de momenten voor haar dood. Hij is zeer egocentrisch en heeft nog nooit ergens voor hoeven werken.

In het boek kom je erachter hoe verliefd hij eigenlijk op zichzelf is. Hij is behoorlijk bekakt en werkt bij de tv. Toch kijkt hij niet neer op de lagere klassen en kan hij heel filosofische gesprekken voeren met Stresemann over de steeds grotere verschillen tussen arm en rijk.

Ze is aziatisch en ontzettend slim. Verder is ze rustig en red ze Stresemann uit behoorlijk wat benarde situaties. In het begin is ze ook myterieus doordat ze niet wil vertellen wat haar beroep is en waarom ze denkt dat ze gevolgd wordt. Narcissus slaat terug op de hoofdpersoon, Stresemann. Narcissus is een mythologisch figuur die verliefd werd op zijn eigen spiegelbeeld en eigenlijk is Stresemann ook verliefd op zichzelf. Er is ook een bepaald stuk in het boek waar Stresemann in de gaten heeft dat Cho niet echt is, maar toch zegt dat hij verliefd op haar begint te worden.

Zij benantwoordt zijn opmerking met:

...

Sex afspraak nijmegen geile natte kut

Oooh wat geniet dit geile stel van het pijpen beffen en n De oudere dame heeft pijn aan de kont als ze anal geneukt is. Haar mondje schuift over de dikke lul die haar vervolgens De pikken worden gezogen de kutjes gelikt en geneukt. Deze geile huisvrouw laat haar man filmen terwijl zij mas Gepijpt worden en de Ebony hard neuken. Met een sex toy masturbeert de Latina pijpt de neger lul In deze bisex trio sex pijpt het blondje en word de brune Bovenop de pik van de tennisleraar.

Exotische schoonheid zorgt voor haar eigen orgasme. De Latina pijpt de oudere man word geneukt en krijgt sper Hij trekt zich af tot zijn lul stijf is waarna hij het bl Haar blanke mondje pijpt de neger lul haar blanke kut en De Vlaamse buurvrouw pijpt de stijve lul van haar buurjon Met haar voeten trekt ze de stijve lul af pijpt hem en wo Sexy lingerie kleine tietjes harde tepels en masturberen Hij kijkt toe hoe de milf masturbeert met een sex toy en De jongeman geniet van de pijp beurt en het neuken van de Zittend op zijn grote lul neukt hij de Latina en laat haa Haar mond kut en anus worden door de neger lul geneukt.

In lingerie pijpt en word het blondje in de mond geneukt. Hij vingert de Aziatische in sexy lingerie anal en laat z Spelend met zijn ballen trekt en pijpt ze zijn stijve lul Twee bisex vrouwen beffen en vingeren elkaar pijpen en wo Terwijl zijn vrouw het bisex meisje beft en gebeft word k De man kijkt toe hoe zijn vrouw pijpt en door een andere Met haar mond maakt ze de grote neger lul nat en word gen Een pijp beurt beffen en het kale kutje neuken. De geile buurvrouw kleed de buurjongen uit en geeft hem e De voeten van deze geile meid met grote tieten worden vol Twee geile bisex meiden trekken de grote lul af pijpen en De nieuwe buurvrouw pijpt de stijve lul en word gevingerd Mooie roodharige laat zich filmen in sexy lingerie.

Na de geile pijp beurt neukt de oudere man het meisje tot Zijn lerares pijpt zijn grote lul en laat zich door hem n Keisha Grey geeft ons een les over goede sex Jessica Jaymes geeft Tia Cyrus een aantal lessen Sletterige moeder verleidt jongere man Moeder geeft dochten BBC Moeder verleid door een vriendin van haar dochter Moeder geeft Meisje les 2 Stoute lessen van Isabella Moeder en dochter delen lul Volwassenen doet jongere man Harde sex voor mollige Duitse moeder Moeder en dochter veranderd in sex slaven Twee MILFs met mooie tieten houden van een jongere lul Dikke Milf geneukt door jongere man Moeder geeft les aan moeder?

Slanke MILF naait een jongere man Zijn hete moeder neuken Ze geeft een massage en neukt met een jonger meisje



lesbo dokter pjes mobiel

Lessen van de doctor Sex docenten even aftrek lessen Ik wil dat mijn vrouw een jongere minnaar neemt Eerst de moeder, dan de dochter Neuken met een echt hete moeder Deauxma de MILF met een jongere kerel Moeder dochter lessen Keisha Grey geeft ons een les over goede sex Jessica Jaymes geeft Tia Cyrus een aantal lessen Sletterige moeder verleidt jongere man Moeder geeft dochten BBC Moeder verleid door een vriendin van haar dochter Moeder geeft Meisje les 2 Stoute lessen van Isabella Moeder en dochter delen lul Volwassenen doet jongere man Harde sex voor mollige Duitse moeder Het punt waarop de lezer zekerheid heeft over de afloop van het verhaal heet de climax.

Dat kan al voor het einde van het verhaal gebeuren, maar wel altijd in de buurt van het eind. Geef tenminste drie van de belangrijkste motieven uit het verhaal.

Een motief is een steeds terugkerend verhaalgegeven. Een motief kan bijvoorbeeld een gevoel zijn angst, onzekerheid, blijdschap  enz. Een motief kan ook een voorwerp zijn of een gebeurtenis. In elk boek zijn dus zeer vele motieven, want er zijn zeer veel dingen die herhaald worden.

Zo is zelfs het woordje "DE" een veel gebruikt motief. Maar het is ook volstrekt onbelangrijk. Het gaat erom de motieven te vinden die voor het verhaal het belangrijkste zijn.

Vaak is een motief een gevoel bijv. Probeer een motief te vinden dat werkelijk voor dat boek gekozen kan worden en niet op bijna ieder boek van toepassing is. Leg uit welke betekenis ze hebben of welke rol ze spelen in het verhaal.

Hier moet je uitleggen waarom de motieven van jouw keuze de beste keuze zijn, als je het verhaal in gedachten neemt. Waarom zijn ze belangrijker dan de andere motieven in het verhaal? Citeer van elk motief drie belangrijke passages waarin het motief voorkomt.

Bij ieder motief moet je dus drie citaten voluit noteren en bij elk citaat de juiste bladzijde vermelden van het gelezen boek. Wat is het thema van het boek? Beginsituatie, climax en motieven kunnen in hun samenhang  helpen bij het bepalen van het thema. Leg je keuze uit. Het thema is het centrale probleem van het verhaal. Het gaat altijd om iets algemeens, nooit om een detail.

Het thema beantwoordt drie dingen:. Het gaat er niet om dat je vertelt waar het boek over gaat, maar waar het óm gaat. Het thema is altijd een kort zinnetje. Welk vertelperspectief wordt in het verhaal overwegend gebruikt? Licht je antwoord toe. Verhalen worden verteld, al dringt het soms niet helemaal tot de lezer door dat er een verteller is. In ieder geval kijk je door de ogen van die verteller naar de gebeurtenissen in het verhaal.

Het verhaal wordt verteld vanuit een bepaald perspectief. Je kunt verschil maken tussen drie soorten perspectief: Personaal perspectief Hierbij zien we de gebeurtenissen voortdurend door de ogen van één personage. We kunnen niets méér weten dan het personage zelf. We kruipen als het ware in de huid van het personage. Daarom lijkt het net alsof er geen verteller is, alsof het verhaal zichzelf vertelt.

Het verhaal staat in de zij- of hijvorm. Een hulpmiddel om na te gaan of je met zo'n vertelsituatie te maken hebt, is de zij- of hijvorm vervangen door de ikvorm. Als dat moeiteloos lukt, is het verhaal personaal verteld. Op het schoolplein probeerde ze zijn blik te vangen, maar dat was nu niet meer zo eenvoudig. Sveinau en hij brachten hun pauzes nu in het winkelcentrum door. Cindy kreeg het gevoel dat Helge haar probeerde te ontwijken. Toen pas drong het tot haar door hoe vereenzaamd ze was.

Opeens was het niet leuk meer om alleen met het huiswerk op de trap te zitten, terwijl de anderen in groepjes rondliepen. Het leek wel alsof ze onzichtbaar was geworden. Omdat Helge niet meer naar haar keek. Ze begreep er niets meer van. Je leert de persoon met wie je meekijkt heel goed kennen; van de andere verhaalpersonages kom je veel minder te weten.

Auctoriaal perspectief In deze situatie is de verteller iemand die alles weet van alle personen. Hij weet wat zij zien, horen, denken, voelen en dromen.

Hij staat als het ware boven het verhaal en overziet alles. Hij kan in de toekomst en in het verleden kijken. De verteller is een soort gids die jou als lezer bij de hand neemt en soms ook commentaar levert op de gebeurtenissen.

De alwetende verteller is geen verhaalpersonage: Het lijkt soms of de schrijver aan het woord is. Mensenlevens kunnen vreemd verstrengeld raken.

Omstreeks dezelfde tijd dat Hasse Simonsdochter op de Veluwe deel ging uitmaken van een vendel huurlingen, reisden twee  tot priester gewijde dominicaanse monniken over de Alpen, en liep in het Brabantse een zestienjarige jongen  in een kille motregen op de stad 's - Hertogenbosch toe.

Thea Beckman, Hasse Simonsdochter. Ik-vertelsituatie In zo'n situatie vertelt de ik-persoon - meestal de hoofdpersoon, maar niet altijd - wat er gebeurt.

Je ziet alles door zijn ogen. Als lezer kun je ook niet meer zien dan de "ik". Je komt zijn gedachten en gevoelens te weten, niet die van de andere personen.

De ik-vertelsituatie kun je nog verder onderverdelen. Er kan sprake zijn van een c1 vertellend-ik of een c2 belevend-ik Bij een vertellend-ik hoeft de ik niet noodzakelijk een rol te spelen in het gebeuren.

Hij kan een ooggetuige zijn en achteraf verslag uitbrengen aan de  lezers. Hij kent dan de afloop en kan dus vooruitlopen op de latere gebeurtenissen. Van onze eerste ontmoeting is het vooral haar blik die ik me herinner. Die ergerlijke blik die pas zoveel later zijn ware betekenis heeft gekregen.

Ik kón die blik toen eenvoudigweg niet op de juiste manier duiden. Nieuwsgierig keek ze, verlegen en tegelijk beschermend, alsof ze me kende, alsof ze iets in me opmerkte dat ik zelf was  vergeten. Jessica Durlacher, De dochter. Sam reikt me langzaam het briefje met haar nummer aan, alsof het hem zwaar valt. Ik neem het van hem aan. Het is keurig opgevouwen tot een klein pakketje. Bij het  stoplicht waar ik nutteloos op groen licht wacht, pak ik mijn mobiele telefoon. Mijn bevende, grote vingers toetsen het nummer dat ik al uit mijn hoofd ken.

Vraag 9 Schrijf een zo volledig mogelijke karakterschets van de belangrijkste verhaalfiguren. Een paar losse woordjes is dus niet voldoende. Bij een karakterschets gaat het er vooral om dat je aangeeft hoe iemand denkt, hoe zijn gevoelsleven is, hoe hij zich gedraagt ten opzichte van anderen. Het gaat dus niet vooral om iemands uiterlijk. Personages kunnen allerlei eigenschappen bezitten. Je moet wel iemands uiterlijk kunnen beschrijven, maar het gaat vooral om zijn innerlijk.

Hieronder volgt een lijst met eigenschappen karaktertrekken, gedragskenmerken, gemoedstoestanden die je als begin kunt nemen bij het beschrijven van verhaalfiguren. Noem nooit alleen maar een paar woordjes, maar leg ze ook steeds uit. Geef een beschrijving van wat je verwachtte toen je het boek besloot te gaan lezen en geef aan hoe je daarover denkt nu je het boek hebt geanalyseerd. Besteed ook aandacht aan de betekenis van de boektitel en het motto van het boek als dat er is. De bedoeling is om een recensie van het gelezen boek toe te voegen.

Neem een recensie uit een serieus medium. Om je boeken beter te begrijpen, mag je in je map kritieken, artikelen en andere achtergrondinformatie opnemen. Omdat het examen literatuur pas in het eindexamenjaar plaatsvindt en je een aantal boeken dan al een tijd geleden gelezen hebt, is het toevoegen van wat extra informatie per boek zeer aan te bevelen!

Rond het jaar Het boek is geschreven voor het jaar van uitgave, Het begint op dag 1 en eindigt op dag De flashbacks zijn ook chronologisch. Het weer; Het weer speelt voor Maarten een belangrijke rol in zijn leven.

Zo beschrijft hij vaak niet alleen welke dag het is, maar ook welk weer erbij hoorde. Het was een grijze zaterdag toen zijn moeder doodging. Dit is een parallelwerking. Zijn amandelen werden gepeld op een zonnige dag. Dit is een contrastwerking. Pleinen; Maarten heeft al van kinds af aan pleinvrees.

Hij is bang voor open ruimtes. Zijn amandelen moeten gepeld worden en daarbij moet hij een plein oversteken. De kerktoren werpt een schaduw over het plein en in zijn verbeelding is er bij de overgang van de schaduw een streep van vuur waar hij heel bang voor is.

Hij vindt Londen een fijne stad, omdat daar de pleinen op tuinen lijken. Zo is hij minder bang. Maarten groeit geïsoleerd op, zoekt zijn toevlucht in de natuur en zou ook zo graag van iemand willen houden. Maar dat lukt niet en daarom sluit hij zich af van de wereld om zich heen.

Het boek heeft geen genummerde hoofdstukken. De hoofdstukken hebben alleen een titel. De begintoestand is dat Maarten de dwanggedachte krijgt dat hij nog maar 14 dagen te leven heeft. Bij de climax realiseert hij zich dat hij altijd eenzaam zal blijven en hij legt zich er daar ook bij neer. Het eerste motief is de liefde voor zijn moeder. Hijzelf kan niemand vinden die hem liefheeft. De enige die van hem houdt is zijn moeder en vice versa.

Ik kijk naar haar gezicht dat in de spiegel zo heel anders is. Ze heeft een klein, regelmatig gezicht met donkere ogen die altijd wat droevig en berustend kijken ook als ze in de spiegel naar me glimlacht. En nu begint het. Ze haalt de spelden uit haar haar en het golft plotseling omlaag tot ver over haar rug, het is net als het vlammen van zo-even maar dan omgekeerd.

Het is glanzend zwart en zwaar haar en ze schudt het hoofd waardoor het zich ruimer verdeelt langs haar lichaam. Wat is ze nu jong in de spiegel, wat is ze nu mooi! Ze staart een ogenblik, naar haar eigen beeld. Ze loopt door de kamer waarbij het haar beweegt over haar rug, meegolft met een eigen, weerbarstig ritme. Op de schoorsteenmantel ligt de Bijbel, een groot oud boek, en op de Bijbel liggen haar kam en borstel.

Ze haalt altijd eerst de kam uit de borstel en ik begrijp maar steeds niet waarom ze niet eerst kam en borstel oppakt. Ze haalt langzaam de borstel door het glanzende haar. Daarbij spreidt ze het wijd uit. Ze houdt haar hoofd schuin zodat het haar va haar hoofd afbeweegt.

Haar bewegingen zijn heel traag. Tijdens het borstelen en ook tijdens het kammen daarna zit ik stil op mijn stoel. Niet mag me ontgaan van dit wonder. Het haar had een wonderlijke geur, we stonden dicht tegen elkaar aangedrukt, ze streelde over mijn haar. Het tweede motief zijn de dwanggedachten.

De gedachte dat hij nog maar 14 dagen te leven heeft, blijft steeds terugkeren in het boek. Dertien dagen waren te kort voor die ziekte. Het derde motief is de afkeer van god. Maarten groeit op in een streng gelovig gezien waar god centraal staat en ze elke zondag naar de kerk gaan. Zelf wijst hij het geloof al vrij snel af, maar toch is het een erg belangrijk onderwerp in zijn leven.

Hun harde verweerde koppen zijn afgedekt met een zwart zijden pet. Voor deze mensen is het calvinisme uitgedacht, deze mannen met dunne lippen, met varkensoogjes en vlekkerig rode wangen, met gezichten als het mijne en juist dat maakt het zo erg. Zo is god, de god van de Heidelbergse Catechismus, de god die mensen zo intens haat dat hij keelkanker voor ze heeft uitgevonden. Het gehele boek wordt geschreven vanuit het standpunt van Maarten. Hierdoor krijg je een heel goed idee van hoe Maarten denkt, maar aan de andere kant weet je niet hoe de andere personages denken.

Hij is een gesloten persoon, niet echt knap, heeft vele     angsten bv. Hij is wel heel slim. Ze is rustig, onderdanig aan haar man en zacht. Maarten is helemaal verliefd op haar, maar zij ziet hem absoluut niet zitten. Ze is zelfverzekerd en spontaan. Zij neemt Maarten ook onder haar hoede wanneer ze samen bij een conferentie in Bern zijn.

Eerlijk gezegd verwachtte ik dat het een heel saai boek zou zijn en dat bleek uiteindelijk ook zo te zijn. In het begin was er geen doorkomen en zelfs toen ik er een beetje in begon te komen was het een verschrikkelijk saai boek.

Het grootste probleem was eigenlijk dat er niets gebeurde. Zelfs de dingen die voor een spannend effect hadden kunnen zorgen zoals op het laatst waar hij uitglijd in de bergen en een heel stuk naar beneden valt waren zo langdradig en niet vlot geschreven dat het echt een ramp was om te lezen. Nu ik het boek geanalyseerd heb, ben ik alleen maar tot de conclusie gekomen dat Maarten een zielige bedoening is. Ik snap ook waarom hij niemand kan vinden.

De titel van het boek slaat op de vlucht regenwulpen die hij zag op de sterfdag van zijn moeder. De Bezige Bij 2. Er worden geen duidelijke jaartallen of data genoemd maar het is wel duidelijk dat het zich afspeelt in het begin van de 21ste eeuw.

De vertelde tijd is een paar maanden. Het verhaal begint met Philip zijn stage in De Helmer en daarna speelt het verhaal zich een paar weken af in Bretagne, waar de groep op vakantie gaat.

Het verhaal is chronologisch verteld. Het begint bij zijn stage en gaat zo door tot de vakantie en wat er gebeurt als hij weer terug is. Alleen in het proloog krijg je een stuk te lezen die pas halverwege in het boek naar voren komt, maar voor de rest is het wel chronologisch.

Als Philip terugdenkt aan zijn jeugd dan zijn dat in de vorm van flashbacks maar ook die zijn chronologisch. Bretagne; Bijna het gehele boek speelt zich af in Bretagne, waar Philip met het opvanghuis op vakantie gaat. Philip ging in zijn jeugd naar Bretagne voor vakantie en had daar een erg fijne tijd.

Op deze vakantie gaat er iemand dood waardoor het niet echt een fijne ervaring is. Philip was al vaker in Bretagne geweest voor vakantie, maar nu is hij er voor werk. Het verboden pad; dit pad leidt van de camping naar een van de stranden. Toch ziet dat pad er beter uit dan het andere pad dat naar het strand leidt.

Philip gaat met Juliette vuurwerk kijken en daarbij gaan ze een stukje het verboden pad op. Er staat heel groot danger en je denkt dan ook dat het heel gevaarlijk is, maar als ze eenmaal op het pad zijn ziet het er heel onschuldig uit en er gebeuren ook geen ongelukken.

Philip groeit op in een veilige omgeving, maar wil in zijn werk iets betekenen voor jongeren die dit niet hebben. Uiteindelijk lukt dit, maar alleen nadat er een van de jongeren is overleden en ze daardoor steun nodig hebben.

Het boek bestaat uit 53 hoofdstukken. Verder bevat het boek een proloog en epiloog. De beginsituatie is dat Philip stage gaat lopen bij een opvang. Hij is nog erg onzeker over zijn kunnen. Tijdens de reis naar Bretagne wordt zijn kunnen hevig op de proef gesteld, vooral na dood van een van de kinderen moet hij de leider taak op zich nemen, omdat de rest van de begeleiding dat niet doet.

De climax wordt bereikt wanneer Philip stopt bij het opvanghuis na de fatale vakantie en bij een ander opvanghuis voor jongere kinderen gaat werken. Hij is er nu zeker van dat dit zijn droomberoep is en dat hij iets voor die kinderen kan betekenen.

Het eerste motief is de machteloosheid over hoe mensen over hem denken. Zijn vader is heel rijk en daarom vinden veel mensen hem een rijkeluiskindje. Philip wil op zijn eigen voeten staan en laten zien dat hij dat niet is. De keuze tussen natte voeten en de onberekenbare hoon van Harley was in het voordeel van de eerste mogelijkheid uitgevallen.

Het tweede motief is het verboden pad. Bij de camping waar ze verblijven is er een pad die je niet mag inslaan door het instortingsgevaar. Dit pad komt vaak terug in het boek. Paradoxaal genoeg maakte van de twee paden dat wat verboden was de onschuldigste indruk, zoals het licht glooiend over de rotsen voerde naar de uiterste punt van de baai, een affstand van enkele kilometers.

Je kunt zo teruglopen. Het derde motief is drank. Tijdens de vakantie in Bretagne worden vele liters wijn en bier gedronken, ook door de kinderen. Je zult nooit iets bereiken in het leven als je niet omarmt wie je bent. Philip is alsmaar bezig om mensen te bewijzen dat hij het in zijn eentje redt en niet afhankelijk is van zijn vader.

Hij schaamt zich eigenlijk ook voor zijn afkomst. Daardoor kan hij niet zichzelf zijn en twijfelt hij ook erg over wat hij nou moet gaan doen met zijn leven. Hij belemmert zichzelf dus heel erg. Het gehele boek wordt geschreven vanuit het standpunt van Philip. Hierdoor krijg je een heel goed idee van hoe hij denkt en wat zijn gevoelens zijn, maar aan de andere kant weet je niet hoe de andere personages denken.

Hij denkt veel na over hoe de samenleving in elkaar steekt en is ook een beetje verscheurd tussen de wereld waarin hij is opgegroeid rijk en waar hij zich nu in bevindt arm. Hij wil iets voor de wereld betekenen. Daarom gaat hij in een opvanghuis voor moeilijk opvoedbare kinderen werken. Hij hoopt zo een zinvolle invulling te kunnen geven aan het leven van iemand die het moeilijk heeft. In het begin denk je dat hij vooral vrolijk en aardig is en het beste met de kinderen voor heeft, maar naarmate het boek vordert blijkt hij ook cynisch, misgunnend en een dronkenlap te zijn.

Hij heeft niet een heel makkelijke jeugd gehad en heeft daardoor een haat ontwikkelt voor mensen zoals die Philip die wel een goede jeugd hebben gehad. Hij is vooral heel rustig en heeft al heel veel ervaring met het omgaan met probleemkinderen.

Hij heeft een bepaald charisma waardoor de kinderen hem vertrouwen en naar hem luisteren. Hij heeft een speciale band met het gestorven meisje en is daardoor ook heel erg verdrietig en kan zijn leider rol na haar dood niet meer goed vervullen. Het viel erg tegen met de spanning en er werd echt te lang doorgegaan over de saaie dagelijkse dingen die de kinderen op de vakantie doen.

Bij het analyseren van het boek ben ik er wel achter gekomen dat het boek een paar verborgen symbolen bevat, zoals het verboden pad. Dit vond ik wel interessant om te ontdekken. De titel van het boek slaat op het verboden pad bij hun camping in Bretagne. Het pad leidt naar een strand maar wegens instortingsgevaar mag niemand eroverheen.

Voor Tatjana, Allard en Zelda. Overgeleverd aan de huftertjes Kees van Beijnums tijdsdocument stelt niemand gerust Vrijdag 5 november door Elsbeth Etty Een paar jaar geleden waren er weer van die bloedstollende berichtjes in de dagbladen, terughoudend gebracht om niemand meer te kwetsen dan nodig was, maar indringend genoeg om er een wereld van onoverkomelijk leed achter te vermoeden.

Het betrof een leerling van het Amsterdamse Barlaeus gymnasium die tijdens een begeleide survivaltocht in Frankrijk overleed na een ongelukkige sprong. Als krantenlezer sta je stil bij de gevolgen van zo'n ongeluk, je probeert je te verplaatsen in de ouders van het kind en de begeleiders.

Je breekt je het hoofd over de schuldvraag en de uitwerking van een dergelijke schok op de overige deelnemers aan de reis, zonder echt te kunnen doordringen in het drama. Voor dat laatste is een kunstenaar nodig met de gave zich in te leven in de betrokkenen en hun verhaal. De Bezige Bij, blz. Al zijn vorige boeken, vanaf de docu-roman Over het IJ waarmee hij in debuteerde, zijn geënt op de meestal Amsterdamse realiteit, handelen over de glibberige grens tussen mededogen en medeplichtigheid en het tergende onvermogen iets wezenlijks voor een ander te kunnen betekenen.

Niet zelden speelt het gymnasium een meer of minder prominente rol in zijn werk. Vaak zijn Van Beijnums hoofdpersonen adolescenten die tussen twee milieus zweven: In Het verboden pad de titel kan ontleend zijn aan de stomme film The Forbidden Path uit is de in de ik-vorm vertellende hoofdpersoon Philip Soek een zoekende rijkeluiszoon van 26 die na zijn studie politicologie tot het inzicht komt dat hij zich in dienst van andere mensen wil stellen.

Hij wil helpen en redden wat er te redden valt. Ook nadat hij het marxisme heeft afgezworen voelt hij dat de zelfzuchtige wereld van zijn vader, een charmante en erudiete vastgoedhandelaar, de zijne niet is. Hij kiest voor de jeugdhulp. Hij begeleidt uit huis geplaatste kinderen van junks, hoeren, pooiers en moordenaars die geen enkel perspectief lijken te hebben.

Kinderen zonder wortels die vijandig staan tegenover hun hulpverleners van wie ze tegelijkertijd volkomen afhankelijk zijn. Bekakt Philip, met zijn bekakte voorkomen, zijn keurige manieren en chique kleren, gaat stage lopen in Amsterdam Oud-West, in opvanghuis De Helmer, op een steenworp afstand van het geboortehuis van Willem Frederik Hermans.

Zijn pupillen zijn kinderen van 14 tot 18 jaar die niets met hem gemeen hebben en alles in het werk stellen hem zo snel mogelijk weg te pesten. Of hij het daar levend van af zal brengen is gezien de gewelddadige onberekenbaarheid van de aan zijn zorg toevertrouwde huftertjes maar de vraag. Een vraag die vooral prangend wordt als hij ingaat op het verzoek van zijn door de wol geverfde collega's Harvey en Walter om hen te vergezellen tijdens een vakantie op de Bretonse camping L'espérance de hoop voor de complete groep van acht kinderen.

De associatie met het krantenberichtje over de verongelukte Barlaeus-leerling zit al in de eerste alinea van de proloog. Wie was zij, wat was haar echte naam? Wat betekenden wij voor haar, en vooral, wat was de werkelijke oorzaak van haar val? Hij treedt hiermee in het voetspoor van Donna Tartt, die in De verborgen geschiedenis hetzelfde procédé volgde. Eerst de fatale afloop, dan de ontrafeling.

We weten dus dat de vakantie zal uitlopen op een drama dat het leven van alle betrokkenen ingrijpend zal veranderen, maar over het hoe en waarom worden we pas honderden pagina's verder ingelicht.

Des te knapper dat Van Beijnum de spanning tot het einde weet vast te houden en zelfs op te voeren. Waarin Van Beijnum echter tekort schiet, ook in vergelijking met zijn vorige boeken, is zijn schrijfstijl. Het zijn niet de gedetailleerde beschrijvingen die storen — die blijken uiteindelijk functioneel te zijn — maar zijn gekunstelde, mislukte pogingen tot archaïsch taalgebruik, de onhandige zinsconstructies en belabberde dialogen. De vertellende Philip bedient zich van een semi-deftig taaltje.

Van Beijnum heeft kennelijk het idee dat dit wordt gesproken in kringen van steenrijke zakenlui waar zijn hoofdpersoon uit voortkomt, maar weet dit milieu niet trefzeker neer te zetten. Dat leidt tot onmogelijke zinnen: Betrokken Het neemt allemaal niet weg dat Het verboden pad een spannende, rauwe en vooral diep betrokken roman is over realistische eigentijdse problemen. De uit huis geplaatste pubers, vier meisjes en vier jongens, worden zowel met mededogen als met afschuw beschreven.

Het is de compassie die uiteindelijk wint. Uit de dossiers waaruit Philip hun achtergronden oprakelt én uit hun gedrag komt naar voren dat ze in deze maatschappij kansloos zijn.

Het ongeluk met het meisje Djeu, een onzekere Rwandese asielzoekster zonder familie in Nederland, biedt ons een inkijkje in de normen en waarden van de hulpverleners, uiteindelijk ook maar gewone menselijke wezens met hun relatieproblemen, competentiestrijdjes, machtswellust en egocentrisme.

Als het erop aankomt elkaar en de groep geschokte kinderen te steunen, vluchten ze in onderlinge verwijten en het afschuiven van verantwoordelijkheid. En Philip, de buitenstaander, die zichzelf en zijn zogenaamd voortreffelijke milieu tot norm had verheven en vanuit die positie dacht de mensheid te kunnen helpen, komt erachter dat zijn familiegeschiedenis niet zoveel verschilt van die van de meeste van zijn beschadigde pupillen.

Het verschil tussen hem en de ontwortelde kinderen is educatie en geld, maar vooral het vermogen anderen te vertrouwen. Dat is een vorm van beschaving die voor velen eenvoudig niet is weggelegd, een onbereikbare luxe. Van Beijnum probeert ons in zijn iets te expliciet vertelde verhaal niettemin duidelijk te maken dat vertrouwen het panacee is.

Het idealistische moralisme van zijn hoofdpersoon maakt Het verboden pad tot een ontroerend, zij het weinig geruststellend, tijdsdocument.

DDe historie van coninck Karel ende van Elegast, schrijver is onbekend maar de kans is groot dat het een monnik was Jaar van uitgave: Het boek speelt zich af rond na Chr. Het tijdsbestek is ongeveer 24 uur.

Dit omdat het verhaal begint bij Karel die in de nacht door een engel wordt wakker gemaakt. Het grootste deel van zijn avontuur speelt zich in die nacht af. Als de dag aanbreekt, rekenen Karel en Elegast af met Eggeric. Bij het vallen van de avond wordt Eggeric verslagen. Het tijdsbestek is dus ongeveer 24 uur. Ja, het verhaal wordt chronologisch verteld. Het kasteel van Karel; hier woont hij en vind overdag het gevecht plaats tussen Eggeric en Elegast.

De koning wil met Elegast zijn eigen kasteel bestelen. Dit is een contrastwerking Bv. Eggeric en Elegast strijden op het terrein van de koning voor hun gelijk.

Karel ontmoet Elegast in het donkere griezelige bos en in eerste instantie is hij ook bang voor Elegast die hij niet herkent. Elegast is verbannen uit zijn kasteel en moet daarom in het bos leven.

Het bos is dus zijn thuis. Het kasteel van Eggeric staat voor het slechte en de nacht in het donker ook. Dit is een parallelwerking 4. Karel moet uit stelen van god. Hij komt in het woud Elegast tegen en komt via hem erachter dat Eggeric hem wil verraden. Eggeric wordt in de val gelokt en gedood. Elegast wordt beloond voor zijn trouw. Oorspronkelijk heeft het geen hoofdstukken, maar in de hertaalde versie zijn dit de hoofdstukken: Bevel en gehoorzaamheid De ontmoeting De diefstal Het verraad De beschuldiging De tweekamp als godsgericht b.

Het verhaal kent meerdere spannende momenten zoals het gevecht met Elegast in het bos en wanneer Elegast zich in de slaapkamer van Eggeric verstopt en te horen krijgt dat hij de koning wil vermoorden. Toch wordt de climax pas bereikt op het einde wanneer Elegast en Eggeric vechten voor hun gelijk.

Het eerste motief is het geloof. Karel is strenggelovig en uit het verhaal komt ook naar boven dat hij zonder god dood zou zijn. Ook vlak voor het duel krijg je duidelijk te zien dat god voor de goederiken staat. Elegast bid wel tot god, Eggeric niet. God draagt mij op u dit te bevelen. Geen slot of deur hield hem tegen: Hij kon gaan waar hij wou. Niemand zag hem, want iedereen in het kasteel lag in diepe slaap.

Daar zorgde God voor omdat Hij de koning uit genegenheid tot hulp wilde zijn. Hij sloeg een kruis, want hij dacht dat de zwarte verschijning de duivel was. Hij riep de hulp van God in en dacht bij zichzelf: Ik zal me hier doorheen slaan, hoewel ik zeker weet dat het de duivel is en niemand anders. Als hij iets met God te maken had, zou hij niet zo zwart zijn.

Alles wat ik van hem zie, is zwart. Ik ben bang dat ik mijn ongeluk tegemoet ga; ik bid God mij tegen hem in bescherming te nemen. Hij knielde in het gras en bad: Ik erken mijn schuld ten volle. Genadige God, straf mij vandaag niet voor mijn zonden. Bij de vijf heilige wonden die U toegebracht werden om het kwaad dat wij bedreven, sta mij nu bij zodat ik niet sterf in de strijd.

Als mijn zonden zich niet tegen me keren, denk ik hier wel levend vandaan te komen. Volmaakte God, ik bid dat U in Uw goedheid mij gelukkig maakt. Maria, lieve maagd, ik zal U met oprechte trouw dienen.

Als ik in leven blijf, zal ik nooit meer dief of rover worden. Het tweede motief is eer. Karel, Elegast en Eggeric zijn alle drie van adel en dit komt duidelijk naar boven in het verhaal. Elegast verloor zijn eer jaren geleden maar krijgt die aan het einde weer terug, terwijl Eggeric de zijne juist verliest.

Toen hij het gebroken zwaard op de grond zag liggen, dacht hij: Maar ik wil u niet op deze manier verslaan. Ik wil eer aan u behalen, ook al zou dat slecht voor mij kunnen aflopen.

Stijg weer te paard, laat ons als ridders vechten. Ook al zou het mijn dood zijn, ik heb liever dat men mij roemt om mijn ridderlijkheid dan dat ik u versla in een ongelijke strijd. Het derde motief is trouw. Ook al is Elegast zijn landerijen en bezit kwijt door de koning, hij blijft hem toch trouw.

Hij wordt meerdere keren door Karel op de proef gesteld, maar hij blijft hem trouw. Aan de andere kant is Eggeric Karel ontrouw en dit komt hem dan ook duur te staan. Niemand krijgt me zo ver dat ik de koning schade berokken. Ook al heeft hij mij op grond van valse adviezen mijn land afgenomen en mij verbannen, ik zal altijd trachten een trouwe vriend voor te hem zijn. Hem benadeel ik deze nacht niet, want hij is mijn wettig vorst. Als ik hem niet eerbiedig, zou ik me schamen voor God.

Zoiets kan men mij toch echt niet voorstellen. Hij noemde haar de namen van de anderen die de koning wilden vermoorden. Wie zou zich daar druk over maken? U zou gauw genoeg over uw verdriet heen zijn. Maar er was ook nog iets anders: Bij God, ik zal mijn plan uitvoeren voor ik van het kasteel vertrek. Wat er ook met mij zal gebeuren, ik zal mijn woede koelen op degenen die de dood van de koning hebben gezworen.

God en de koning trouw zijn leidt tot succes b. Elke keer als iemand in het verhaal tot God bad, zorgde Hij ervoor dat alles goed kwam voor de bidder.

Hij brengt alles tot een goed einde. Doordat Elegast de hele tijd openlijk uitkomt voor zijn loyaliteit aan de koning wordt hij uiteindelijk beloond. Auctoriaal perspectief Noodzakelijk in de Middeleeuwen, aangezien de verhalen door troubadours werden verteld b. Je weet heel veel dingen al van te voren. Je weet wat de hoofdpersonen denken en voelen. Het verhaal wordt steeds verteld met hij… 9. Koning Karel is de hoofdpersoon van het verhaal. Karel is de koning van een groot rijk en geliefde bij het volk.

Hij is een dappere man die erg om zijn eer en aanzien denkt. Hij wil door iedereen gerespecteerd en gewaardeerd worden. Elegast was vroeger een ridder in dienst van koning Karel.

Maar hij is verbannen en al zijn bezit is afgenomen, doordat hij verkeerd adviseerde. Hij moet stelen om te overleven. Elegast is een dapper, sympathiek en edel man. Hij steelt alleen van de rijke mensen.

De armen laat hij met rust. Hij blijft Karel altijd trouw. Eggeric staat symbool voor al het slechte in dit verhaal. Hij is niet gelovig, oneervol en slecht voor vrouwen.

Hij is getrouwd met de zus van Karel. Hij wil de koning vermoorden, maar gelukkig wordt zijn plan gehoord door Elegast, en uiteindelijk verhinderd. Het speelt zich af in de Middeleeuwen in de burcht van Karel de Grote in Ingelheim Ze ontdekken dat Eggerik van plan is Karel uit de weg te ruimen. Daarbij speelt Karels zus nog een sluwe rol 'Vrouwenlist is menigvoud, zijn zij jong of zijn zij oud'. Het verhaal eindigt met een tweegevecht tussen Elegast en Eggerik op de hofdag van Karel.

Elegast krijgt volledig eerherstel, Eggerik wordt opgehangen. Karel en Elegast is het eerste deeltje in een nieuwe reeks bij Amsterdam University Press, die onder redactie staat van Frits van Oostrom en Hubert Slings. De reeks heet Tekst in Context en gaat historische tekstuitgaven bevatten in een eigentijds jasje. De boekjes zijn in eerste instantie bestemd voor de hoogste klassen van vwo en havo, maar mikken door de kleurrijke opzet en vormgeving duidelijk ook op een breder publiek.

Door de aantrekkelijke presentatie zijn ze bij uitstek geschikt om de wereld van de oude Nederlandse literatuur te ontsluiten. Hubert Slings verzorgde de samenstelling van Karel en Elegast ¿ 17, De tekst wordt in twee kolommen gepresenteerd: Tussen de bedrijven door worden tal van uitstapjes gemaakt om de tekst te verduidelijken en in een historisch-sociologische context te plaatsen.

Zo wordt uitgebreide informatie opgedist over Karel de Grote als literair personage de verhalen rond zijn persoon worden doorgaans aangeduid als 'Karelepiek' en de literaire cultuur in de Middeleeuwen. Voor gebruik in het onderwijs zijn achterin vragen en opdrachten opgenomen. Voor docenten is er een speciale handleiding. In november verschijnen de volgende deeltjes in de reeks: Reinaert de Vos en Jacob van Maerlant. Ton Duinhoven is dé expert voor 'Karel ende Elegast' T. De ene dag worden er 'Een nagelaten bekentenis' van Emants, en de verzamelde gedichten van Paul van Ostaijen in opgenomen, de andere dag zijn het 'Beatrijs' en 'Marieken van Nieumeghen'.

Allemaal Nederlandse klassieken, zeker, maar veel beleid lijkt er achter deze keuzes niet te zitten. Met huiver wacht ik de aangekondigde vertaling af van het prachtige toneelstuk 'Jeptha' van Vondel door de ronkende prulpoëet Michael Zeeman, de Jan Vos van deze tijd.

Maar goed, intussen is er in de serie wel een mooie editie plus vertaling bij gekomen van 'Karel ende Elegast', een ridderverhaal dat rond werd geschreven en met recht klassiek mag heten. Karel Eykman had aanvankelijk enige moeite met de dichterlijke onhandigheden in het origineel, maar hij oordeelde naderhand heel anders: Je gaat het haast jammer vinden dat er niet meer zo geschreven wordt.

Waarschijnlijk is hij op de hele wereld degene die het meest van dit verhaal afweet. Hij schreef de inleiding en het commentaar, die beide informatief zijn en uitblinken in helderheid. Narcissus, Maarten Schinkel Jaar van uitgave: Het verhaal speelt zich in de 21e eeuw af.

Verder is Cho overleden in Het experiment met de pil duurt al 6 jaar dus is het Dit weet je doordat Daphne, zijn vriendin, op maandag vertrekt op zakenreis en ze een week zou wegblijven. Soms zitten er herinneringen aan het verleden in, maar dit zijn geen flashbacks, want je begeeft je niet echt in die tijd.

De kroeg behoort een plek te zijn waar je je op je gemak voelt en het gezellig kunt hebben. Dit is ook voor Stresemann het geval. Een huis behoort warm te zijn en je een goed gevoel te geven, maar wanneer Laurens hem hier erop wijst dat Stresemann aan het doordraaien is, komt het in Stresemann op om hem te vermoorden.

Als hij hiernaartoe gaat valt het hem op dat het een ontzettend mooie dag is. Toch is de gebeurtenis zelf helemaal niet mooi. David Stresemann krijgt bij zijn nieuwe werkplek een pil aangeboden die hem bovennatuurlijk slim maakt. Dit medicijn heeft als bijeffect hallucinaties en daardoor balanceert hij tussen genialiteit en gekte.

Op het eind kan hij waanbeelden niet meer onderscheiden van de realiteit en draait hij door. Het boek heeft 21 hoofdstukken. Het verhaal begint met David Stresemann die een rustig leventje leidt. Hij heeft een vriendin, een goede baan en zijn beste vriend Laurens. Op een gegeven moment krijgt hij een pil van zijn werkgever die hem extreem slim zou moeten maken. Dat gebeurt ook maar het medicijn zorgt voor hallucinaties en zo kan hij geen onderscheid meer maken tussen echt en nep.

De climax wordt bereikt wanneer hij op het einde uitgelegd krijgt dat hij deel uitmaakt van een experiment waarin DNA-materiaal van een geniale Koreaanse vrouw zijn brein beïnvloedde en hij daardoor suïcidaal raakt en zichzelf wil neerschieten.

Als de klassen in een samenleving dicht bij elkaar liggen, kijken ze er wel voor uit om met elkaars kenmerken te flirten. Maar hoe wijder de kloof, hoe veiliger het is. Maar dat is uiteindelijk min of meer hetzelfde. Laurens rechtte zijn rug en trok het gezicht dat voorafging aan een grote wereldbeschouwing. Je werd geboren in een klasse en bleef daar ook, ongeacht je talent of je geestelijk vermogens. Vader directeur, jij directeur. Daar komt de sociaaldemocratie met de emancipatie van de arbeider, die na de oorlog pas goed op gang kwam.

Elk kind dat de vermogens had mocht gaan studeren, ongeacht zijn of haar afkomst. Wat dnek je dat dit doet met een maatschappij? Stresemann deed natuurlijk mee. Het is nogal een verandering, van een samenleving die gerangschikt is op afkomst, naar een die wordt ingedeeld naar talent en intelligentie.

Want dat proces is natuurlijk een keer ten einde. Maar over het geheel genomen is het wel zo. De meeste bouwvakkers, trambestuurders en lopendebandwerkers van nu konden niet zo goed leren en zijn terechtgekomen waar ze horen. En de meeste bestuurders, managers. Beleidsmakers en noem maar po, zijn mensen die daar ook de capaciteiten voor hebben.

Hij doorgrondde nog steeds niet welk punt Laurens zo nodig moest maken. Het was precies waar Stresemann dit weekend in bed over had nagedacht. Maar nu een waarin de klassen veel meer dan vroeger zijn gebaseerd op capaciteiten.

En één waaruit geen ontsnappen meer mogelijk is. De neiging van de grote massa om via een afsnijroute in één keer de maatschappelijke top te bereiken, omdat het via de normale weg niet meer kan?

De felbegeerde afsnijroute onder ieders handbereik! Voor zichzelf, of voor zijn kinderen. Mensen zouden er een fortuin voor overhebben, extra hypotheken afsluiten om te ontsnappen uit de val van de onderklasse. De uitvinder van een medicijn dat werkt, zou een onmetelijk vermogen verdienen.

Als iedereen even slim is? Als ik het spul zou uitvinden, zou ik het exclusief houden, en peperduur. Langzaam brengen, eerst de happy few, en dan degenen die er het meest voor overhebben. Mijn god, David, stel je toch voor dat je het zou verkopen voor twee ton per pil. In het boek worden er veel vergelijkingen gegeven tussen de mens en de dier. Vaak in superieure zin van de mens. Laurens keek hem glimlachend aan. Kijk maar eens in het park, als een keffertje tekeergaat tegen een dobbermann, die dan verschrikt terugdeinst.

Geen idee hebben ze. Net mannen, die kunnen zichzelf op een wonderlijke manier onderschatten of overschatten. Vrouwen hebben dat niet. Die weten vaak veel beter wie ze zijn. Je kon een speld horen vallen in de dealingroom toen de deur openging en Hilferding met energieke tred binnenkwam.

Kort daarvoor,  bij de luide aankondiging van Henry dat de grote man eraan kwam,  was de groep van twintig verzamelde handelaren op slag veranderd. De schoolklas in een tussenuur,  met leerlingen die half op de tafels zaten,  rondhingen rond de koffie-  automaat en elkaar pesterig in de maling namen,  had in een oogwenk plaatsgemaakt voor een gedisciplineerde groep. Als het militairen waren geweest,  hadden ze stram in de houding gestaan.

Ook Stresemann voelde die neiging, de dwang op te gaan in de groep. Maar Henry trok hem mee naar voren,  tot hij naast de tafel stond waar Hilferding via een stoel behendig op was gesprongen. De grote man nam het woord. Hilferding was groot,  massief. Zijn machtige kop leek uit steen gehouwen. Zijn we een team vanavond? De groep knikte geïntimideerd. Hilferding trok een ontevreden gezicht en verhief zijn stem. De stilte woog nu zwaar de ruimte,  alleen het geruis van de koeling van de tientallen computers klonk.

Wildebeesten floreren in een kudde. Ganzen vliegen in formatie een continent over. Mieren en termieten bouwen hele steden,  terwijl ze er zelf geen flauw benul van hebben. Hilferding nam een slok water uit een glas dat Henry hem aanreikte. De groep was in de war en nam het zekere voor het onzekere door te zwijgen. Hilferding liet zijn ogen van links naar rechts over de gezichten glijden. De vis, de rund, de leeuw, de mier.

Met slechts één uitzondering. Er is op de godganse wereld maar één het massaal dit de een dommer worden in een groep. En dat zijn wij. De grootste verworvenheden in onze historie,  de geniaalste ideeën en uitvindingen zijn bedacht door individuen. Alleen,  op zichzelf teruggeworpen,  in schitterende af afzondering.

Natuurlijk,  ik deed het dan wel,  maar alle anderen daden het óók. En ik zat er dan wel naast, maar ik maakte mijn fouten wel in commissie. Ja,'  zei ik, 'anders had ik er waarschijnlijk de vraag niet over kunnen stellen. Maar heeft een chimpansee bewustzijn? Minder dan ik,  maar waarschijnlijk wel een beetje. Of,  als je andersom denkt, van worm naar mens: Ergens in de ontwikkeling naar steeds hoogstaander diersoorten moet het bewustzijn zijn intrede hebben gedaan.

Van de simpele levensvormen van honderden miljoen jaren geleden,  tot de ingewikkelde wezens die wij mensen nu zijn. Het bewustzijn moet er langzamerhand in zijn geslopen. Stresemann is niet de enige narcist, dat is de gehele samenleving. Laurens boog zich naar Stresemann toe. Omdat de normale weg omhoog in de maatschappij aan het verdwijnen is, moeten ze nu in één keer de sprong maken. Ze vluchten in fantasie en grootheidswaan, omdat er niets anders meer is.

Er zat wel wat in. Zie mij, hoor mij, merk mij. Al dat narcisme had zijn wortels in een groeiende uitzichtloosheid. Ze vouwde haar handen achter haar hoofd. Zo voel ik het. Cho legde haar hand op zijn wang. Samen, en toch alleen. Vorige maand had Stresemann in de krant nog een verhandeling gelezen van een socioloog die lamenteerde dat de moderne mens alle verbanden ontvielen.

Het dorp, de familie, zelfs de werkkring erodeerde doordat iedereen zich te pas en te onpas thuis terugtrok met de laptop en internetverbinding. Als de uitvinding van een vaccin tegen aids eenmaal een feit was, dan zou zelfs de vaste relatie er definitief aan geloven.

Risicoloze promiscuïteit zou net als in de jaren zeventig herleven. Allemaal eenzaam, gefragmenteerd, op zichzelf teruggeworpen en schreeuwend om aandacht op het web. Lees mij, mail mij, sms mij, twitter mij.

De mensheid als een verzameling van narcisten, die alleen nog acteerden voor een anoniem publiek. Zoals de hoofdrolspeelster uit een oude Britse comedy over de modewereld eens verzuchtte toen haar moeder stierf: Je leert Stresemann heel goed kennen, maar het verhaal staat wel in de hij-vorm. Aan de andere kant word in hfst. Dit zijn tussenhoofdstukken waarin Cho herinneringen ophaalt van haar en haar moeder en de momenten voor haar dood.

Hij is zeer egocentrisch en heeft nog nooit ergens voor hoeven werken. In het boek kom je erachter hoe verliefd hij eigenlijk op zichzelf is. Hij is behoorlijk bekakt en werkt bij de tv. Toch kijkt hij niet neer op de lagere klassen en kan hij heel filosofische gesprekken voeren met Stresemann over de steeds grotere verschillen tussen arm en rijk.

Ze is aziatisch en ontzettend slim. Verder is ze rustig en red ze Stresemann uit behoorlijk wat benarde situaties. In het begin is ze ook myterieus doordat ze niet wil vertellen wat haar beroep is en waarom ze denkt dat ze gevolgd wordt.

Narcissus slaat terug op de hoofdpersoon, Stresemann. Narcissus is een mythologisch figuur die verliefd werd op zijn eigen spiegelbeeld en eigenlijk is Stresemann ook verliefd op zichzelf.

Er is ook een bepaald stuk in het boek waar Stresemann in de gaten heeft dat Cho niet echt is, maar toch zegt dat hij verliefd op haar begint te worden. Zij benantwoordt zijn opmerking met:

...